Kraakpandpunk

juni 2016/Pure Emoties

Klaar. Afgelopen. Bitch!’
Het was meer dan hij in al die weken had gezegd.
Hij, een kwaaie anarchist uit Amsterdam en ik, een brave gymnasiaste uit Twente. Niets hadden wij gemeen, toch vonden wij elkaar in een foute passie.
In het illegaal bewoonde huis, waar ik regelmatig op bezoek kwam, wist niemand ervan en dat moest zo blijven.
Zijn kamer was naast de trap. Als zijn fiets in de gang stond, wist ik dat hij op me wachtte. Om vijf voor elf ratelden de gordijnen. Dan schikte ik mijn permanent en sloop bij hem binnen. Zonder te kloppen, zoals hij het graag had, want kloppen was conformeren.
Er kwam geen erotiek of liefde aan te pas, al kon zijn kamer een vrouwenhand goed gebruiken.
Door de scheuren in het velours vielen streepjes licht op zijn haastig vergaarde spullen, die hij bepaald niet zorgvuldig behandelde.

Zijn toewijding beperkte zich tot een kast met allerhande geluidsapparatuur. De uitsparing in het midden was voor de kleine televisie. Als ik binnenkwam, stonden de twee oorstoelen al klaar voor het schermpje. De bruine met de veer was van mij. Voordat hij ging zitten, controleerde punk of de deur niet op een kier was blijven staan. De goede zender was al ingesteld. Hij plofte neer, gooide zijn benen dwars over de leuning en trapte zonder handen zijn kissies uit, waarna hij zo’n zoete sigaret opstak. Bij de eerste klanken ging zijn hanekam al zachtjes op en neer…

Neighbours,
everybody needs good neighbours
with a little understanding
you can find the perfect blééééénd!

Als een spinnend oud echtpaar zaten wij ons daar te verkneukelen om de lotgevallen van de bewoners van een straat in Australië. Zij vochten gruwelijke vetes uit; toch hadden zij een hechte band. Misschien was het iets dat punk nooit had gekend en waarnaar ikzelf op dat moment heimwee had.
Elke aflevering duurde vijfentwintig minuten en eindigde steevast op een dieptepunt. Tijd om de stoelen weer tegen de muur te schuiven. Na een korte groet gingen wij ieder terug naar ons eigen universum.
Wij hoefden geen koffie. Wij hoefden geen thee. Wij waren elkaar genoeg.
Onze ontmoetingen verliepen altijd volgens hetzelfde patroon: de stoelen, kissies, zoete sigaret, het wippen van de hanekam. Er werd weleens op de deur gebonkt. Dan ging de televisie uit en wachtten wij gespannen tot het ophield -je kon goed een paar minuten missen- en als het niet ophield, schreeuwde hij: ‘Móven.’
Het leek voor eeuwig, maar het liep slecht af. Juist toen opa werd ontmaskerd als kleptomaan en de hond van de kapper een manke peuter had gegrepen, viel mijn oog op het gat naast de televisie. Stond daar niet altijd een platenspeler?
Ik besteedde er verder geen aandacht aan, zoals men soms iets kan negeren, dat later cruciaal blijkt te zijn.
In de serie volgden de verwikkelingen elkaar snel op, totdat de verhaallijn in een dip raakte en het tot mij doordrong dat de versterker op de plank links weg was. Amper een rechtszaak later ook de draagbare cassettespeler. Met een groeiend gevoel van onbehagen keek ik naar drie zwarte gaten. Het was een raadsel, omdat deze jongen, met lak aan alles, juist aan zijn apparatuur nog enigszins gehecht leek. Het behang bladderde van de wand af en die onbestemde, weeë geur was bijna niet te harden, maar zijn hifi meubel blonk je tegemoet. Punk luisterde vaak naar de zender met berichten uit de krakerswereld. Daarom ging de radio waarschijnlijk als laatste.

Met de verbetenheid van vechters voor een verloren zaak hielden wij ons genot in stand. Maar punk was onrustig en gaf zich er niet meer zo aan over. Ik stelde geen vragen, uit angst dat het laatste vleugje betovering ook zomaar zou verdwijnen.
Op de ochtend van aflevering vijfhonderdzesentachtig was alles anders. Hoewel zijn fiets in de gang stond, bleef het geratel van de gordijnen uit. Zou hij zich verslapen hebben? Was hij ziek? Na zoveel episodes lief en leed was er een band ontstaan, al hadden wij in die tijd amper een woord gewisseld. Dit klopte niet.
Om twee voor elf ging ik toch maar naar boven. Hij stond op me te wachten, maar hij liet me niet binnen. Achter zijn groene kuif miste ik de gebruikelijke opstelling van de twee stoelen voor het tv’tje.
‘Klaar!’
Hij trapte tegen de deurpost.
Ik schoof de mat recht met mijn voet.
‘Is je televisie kapot?’
‘Niet kapot. Verkocht.’
‘Waarom zou je dat nou doen?’
‘Voor de poen. Ik heb elke dag veel nodig.’

Bruusk sloot hij de deur, de vertrouwde deur met de letters F-U-C-K. Het kraakte in de sponningen.
Ik besefte dat ik nooit meer de uitslag van de zwangerschapstest zou horen. Ons liaison was voorbij.

© 2017 Gabriëlle Berning / All Rights Reserved.