OMA’S BED

Uit het deel: Verpleeghuis

Het is een bed, rechtstreeks uit een documentaire over Roemeense kindertehuizen.
Toen ik mijn vleugels uitsloeg, kwam het rammelend achter me aan.
Hoofdeinde, hoog, met spijlen.
Voeteneinde, laag, met spijlen.
Spiraal met pinnen.
Het was van mijn oma. Zij woonde bij ons in. Na haar dood werd haar kamer de logeerkamer, haar bed het logeerbed. Er bleef eigenlijk nooit iemand slapen, totdat ik mijn eerste vriendje kreeg. Hij woonde honderdtwintig kilometer verderop en bracht deze afstand graag terug tot een enkele muur, waarop wij elkaar welterusten klopten, de oren van ouders gespitst.
’s Ochtends kreeg hij van mij ontbijt met een blubberig gekookt eitje.

Een kwart eeuw later blijft hij weer logeren in oma’s bed.
Het staat in de woonkamer, verborgen achter een gordijn, waar het zich aan nietsvermoedende bezoekers manifesteert als groot rechthoekig monster met een grimmige bek onder de zoom.
Het eitje is inmiddels perfect, maar hij springt er niet meer zo gemakkelijk uit.
Hij oogt het meest weerloos als hij, nog wit van het liggen en de rug diep gebogen, zit te over-denken hoe hij ook alweer het beste vanuit zijn huidige positie bij de spijlen kan komen.
Als hij maar eenmaal bij de spijlen is, kan hij deze vastgrijpen en de volgende beweging in gang zetten. Ik help hem daarbij. Centimeter na centimeter schuiven we verder, met inzet van de matras als trampoline.
Er was het nodige gesteggel over middagdutjes, maar de laatste tijd erkent hij zijn vermoeidheid.

NAH manuscript oma's bed

Het bed staat niet altijd klaar, als hij wil gaan liggen. Dan snel ik naar boven om de binnenveringmatras te halen die, door twee trapgaten heen geforceerd, alle katten verschrikt doet wegschieten, terwijl de toestand beneden er niet geduldiger op wordt en ik, matras plus man ijlings op het bed geslingerd, had je niet meteen even de overzichtscatalogus van Het Louvre mee kunnen nemen, catalogus komt eraan, nog een keer naar boven rennend, aan het piepen van het ijzer kan horen dat hij alweer eruit probeert te komen.
En ik voel een zweem van irritatie over de disbalans tussen inspanning en beloning, doordrenkt van schuldgevoel natuurlijk, want men moet niet zeuren over pietluttigheden bij zo’n gereduceerd leven.
Oma’s bed kan wel een nieuwe lik verf gebruiken. Ik denk fris appeltjesgroen.

© 2021 Gabriëlle Berning / All Rights Reserved.