KNARSEND GRIND

Een man. Een vrouw. Een breindefect.
Knarsend grind is een persoonlijk verhaal over het revalidatieproces na een hersenbloeding.
In een bizar decor van zorginstellingen, musea en dierentuinen gaat een vrouw op zoek naar de nieuwe identiteit van haar man. De pijn van een gereduceerd leven, raak neergezet in beeldende observaties van mensen  en gebeurtenissen.

Iemand spreekt mij aan. Een hersenbloeding. Tot diep in de hersenstam doorgedrongen. Haar mond zegt: eerste 24 uur kritiek. Haar ogen zeggen: komt nooit meer goed.

Ik val voorover. De tassen worden gelanceerd en gaan open. Over het hele gangpad verspreid ligt de ellende: joggingbroeken, sokken, shirts en massa’s onderbroeken. Mensen schieten te hulp. Van alle kanten worden mij door wildvreemden de ongelukjes van mijn man aangereikt. Dit is je leven.
Dank u. Dank u.

Als je in Duitsland een hersenbloeding krijgt, mag je gratis naar het museum. Je moet dan wel aantonen dat je niet meer dan drie passen zelfstandig kunt lopen. Op emotionele schade wordt niet gecontroleerd.
NAH manuscript waterlelie

De fysiotherapeut heeft zich om de verlamming heen gedrapeerd. Hij beslaat bijna de hele linkerkant, met zijn ene arm rond het middel en de andere beurtelings bij knie en voet, om zo het been vooruit te helpen. ‘Lopen‘ is een groot woord voor wat ik zie.

Er is sprake van minder hersenen…
Als wij weggaan, strijkt de arts even over mijn rug en zegt dat ik toch maar moet genieten van deze zonnige dag. Peinzend parkeer ik de rolstoel tegen de deurpost.
In het restaurant nemen we nog een kop Wiener Melange.
Tussen twee slokken door zegt de man met het krimpende brein: ‘Ik heb er minder van, maar ik doe er meer mee.’

De kinderen vermaken zich uitstekend in de dierentuin.
En ik? Ik zie beren op de weg, maar vooral die bleke baardmaki, wreed weggerukt uit zijn natuurlijke habitat, gekooid in een lijf dat het zijne niet meer is en volledig afhankelijk van de hem toegeworpen nootjes.

manuscript NAH

Bent u suïcidaal, mijnheer?’
De verpleeghuisarts grabbelt in zijn baard, alsof daar het antwoord te vinden is.
‘Zou u zeggen dat u suïcidaal bent?’

Tante kijkt hem streng aan. Ineens is hij niet meer patiënt, maar het ondeugende neefje met de foute hersenbloeding en te lui om te werken aan zijn herstel. Hij krimpt ineen. Een draad spuug druipt op de joggingbroek. Ik veeg zijn mond schoon, zodat hij waardig de donderpreek kan ondergaan.

manuscript NAH lieveheersbeestje
Bij de productie van jassen wordt geen rekening gehouden met mensen die hun arm dwars in de mouw moeten steken.

Daar staat ie: mijn karretje, stralend in het doorgaans toch zo onbarmhartige winterlicht, helemaal klaar voor mijn kritische inspectie. Gifgroen. Gemene kijkers. Beetje coupé. Lichtmetalen velgen. Brééééééde banden. De Mazda 323F. Heerlijk scheurijzer! Ik zie me al helemaal achter het stuur zitten, zwetend op de invoegstrook.

Ik ben godbetert de hoofdrolspeelster in mijn eigen verbouwingsprogramma geworden, de vrouw die door luid kakelende stijlergo’s wordt meegetroond naar haar compleet omgegooide hut en met zere kaken van het glimlachen denkt:
ik ben erin gestonken!

Anders dan de meeste complimenten wordt een mantelzorgcompliment uitgedrukt in harde valuta.

Ik heb getwijfeld of ik slingers zou ophangen, of een bord met een hartelijke tekst. Hij heeft het overleefd. Dat is een viering waard. De prijs is hoog. Hij is even thuis geweest. Wie? Dat weet ik niet meer goed. Hij was er wel, maar ook niet. En nu nemen ze hem weer mee.

Na veel tandenknarsen besloot de dorpswijze, met instemmend gebrom van de anderen, maar tot grote schrik van zijn vrouw: ‘Meneer heeft een gebrekkig empathisch vermogen.’
En zij dacht: heb je zoiets niet nodig om te kunnen liefhebben? Daar gaat m’n maaltje vis!

Mensen! Sommigen van u zijn wel duizend euro per maand kwijt voor het verblijf hier. Dan moet een appel er toch af kunnen. Kom in opstand! U hoeft dit toch niet te pikken?’
Bevend zoek ik mijn stoel.
‘U hoeft dit toch niet te pikken?’
Alleen de man met een plaat in zijn schedel, waar nooit meer nieuw haar is gegroeid, schudt hevig nee, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij dat altijd al doet.

Rotte appels

Reageren?

© 2019 Gabriëlle Berning / All Rights Reserved.